Aangezien ik best chaotisch en impulsief kan zijn, kan het me soms helpen om gewoontes aan te leren. De regelmaat brengt een bepaalde rust in mijn hoofd. Zo bak ik iedere week een brood. Het is wat werk, maar nog los van het feit dat ik mijn eigen gebakken brood het allerlekkerste vind (er is nog nauwelijks ergens lekker brood te koop, vind ik), geeft het hele ritueel me veel voldoening.

Deeg met water mengen. Een paar uur wachten tot de autolyse lekker op gang komt. Kruiden en pitten en zout erdoor kneden. Wachten. Gist of desem erdoor kneden. Wachten. Stretch-and-fold-en. Wachten. Stretch-and-fold-en. Wachten. Stretch-and-fold-en. Wachten. Stretch-and-fold-en. Wachten. Stretch-and-fold-en. Wachten.

En dan, de derde dag. Deeg vouwen en opbollen. Wachten. Vouwen en vormen. Met bloem bestuiven, in doek in mandje wegzetten. Wachten. Pan in oven warmen. Deeg erin, insnijden. Wachten. Deksel van pan halen. Wachten. Oven uit. Wachten. Brood eruit halen, bekloppen, bewonderen. Brood op rooster laten afkoelen. Wachten.

En dan eindelijk… aansnijden. Het raspend zagende broodmes door de krokante knapperige korst, waarbij de kruimels door de keuken vliegen… Zalig!

Later op de dag snijd ik de rest van het brood en gaat het in verschillende diktes de vriezer in.

En dan volgt er een leegte. Echt absurd. Ik mis mijn brood. Ik wil steeds opstaan om iets met het deeg te gaan doen. Maar het is er niet. Niks op het aanrecht, niks in de koelkast. Het ritueel is afgelopen. Het voelt… raar. Als een soort heimwee… Hoe kun je nou je deeg missen..??? Ik ben echt knettergek.

Maar kennelijk heb ik het broodnodig… 😀


Ik verheug me alweer op volgende week.