Ik heb m’n tanden al gepoetst, we doen de gordijnen beneden dicht, klaar om naar bed te gaan. Piep-piep-piep klinkt het. Natuurlijk. Zogauw ik naar bed wil, heb ik een hypo. Of als ik boodschappen ga doen. Of wil gaan koken. Of als we op de fiets willen stappen. What’s new, pussycat… woah woah zingt m’n hubbie dan.

Want het zijn steevast dezelfde momenten. Wat je ook doet om het te voorkomen. Hoe je je ook voorbereidt. Steeds weer, word ik overvallen als het Echt. Helemaal. Niet. Uitkomt.

Nou ja, uitkomen doet het natuurlijk nooit, maar soms neem je dat extra dextrootje er achteloos bij als je op de bank zit. Maar als je moet onderbreken wat je wilde doen, en allerlei handelingen moet gaan inlassen… blèh. De frustratie is groot, en dus proberen we er maar grappen over te maken. Zo van, als je zegt “fiets” krijg je gelijk een hypo. Of “ik ga naar bed”… BAM. Hypo.

En zo begint manlief spontaan voor te dragen: Naar bed, naar bed, zei Duimelot, eerst nog wat eten, zei Likkepot,…

Waarop ik spontaan eruit flap: Aha, Likkepot had zeker diabetes.

En we de slappe lach krijgen.

Maar ja, even serieus, het versje is uit 1911… toen was er nog geen insuline, dus ook geen hypo’s. Dus hier geen versjeswijsheid. Maar wel een leuke grap voor insiders.