Ik voel me nogal eens letterlijk waardeloos, zo zonder betaald werk. Over een ander oordeel ik niet, maar voor mezelf geldt helaas nog steeds dat ik een tikkeltje (te veel) waarde hecht aan waardering, ergo de facto: bevestiging van mijn waarde door een (geldelijke) beloning. Het woord “waardering” bevat tenslotte niet voor niets “waarde”. Ik voel me meer waard als een ander mij waarde toeschrijft of toekent. Of iets ervoor over heeft, om van mijn waarde te kunnen profiteren. Dat heeft, denk ik, veel te maken met de structurele afbraak van mijn zelfvertrouwen door mijn ex-werkgever.

Intussen merk ik wel dat het er flink inhakt, allemaal. Chronisch ziek zijn, het verwerken van al die ellende op het werk, doe er nog een paar andere tegenvallers des levens bij, ik word er bovendien ook niet jonger op en die optelsom blijkt te leiden tot een aanzienlijk minder energiek persoon dan voorheen. En zo stel ik mezelf – met mijn altijd (te) hoge verwachtingen – wéér teleur… ik ben toch altijd die niet te stuiten spring-in-t-veld geweest, waar is die gebleven…?

Maar soms zie ik iets anders gebeuren. Dan komt er iets op mijn bord… en nog iets… en nog iets… en dan, nèt voor ik in paniek wil uitschreeuwen dat het nu toch wel genoeg is en dat ik het niet meer trek, klikt er iets. Als een soort van automatische versnellingsbak ben ik ineens in Hypermodus (en nee, ik heb het nu eens een keer niet over m’n bloedglucose). Waar het vandaan komt weet ik niet, maar het is gaan! gaan! gaan! en ik schakel in de overdrive van een flitsende duizendpotige multitaskende superassistent. Uitzoeken. Mailen. Bellen. Terugbellen. Appen. Uitzoeken. Kalmeren. Opbeuren. Uitleggen. Mailen. Sussen. Beargumenteren. Uitzoeken. Bellen. Ik snap eigenlijk zelf niet waar ik het vandaan haal. Ruziënde, inefficiënte communicatie weer in goede banen en op één lijn krijgen. Onwillige bedrijfsmedewerkers overhalen tot een oplossing. Resultaatgericht acties uitzetten, slepende problemen daadkrachtig afhandelen. Structuur aanbrengen om weer voortgang te krijgen.

En als ik dan na een aantal hysterisch drukke dagen even ademhaal tussendoor, om aan mezelf te vragen hoe het met mij is, dan verbaas ik mij. Ik ben kapot, ik ben nog lang niet klaar, maar… wat heb ik eigenlijk veel bereikt! Wat ben ik daar eigenlijk goed in! Er is niemand die dat zegt (behalve mijn hubbie dan hè), niemand die me betaalt, (bijna) niemand die me bedankt, maar… ik geloof wel dat ik best goed ben, in hypermodus, al zeg ik het dan maar zelf.

Wist nou maar één goeie werkgever dat óók…

(En ho-ho, wacht, ik zeg hiermee dus niet dat ik alleen maar stresserig rotzooi wil opruimen hè! Het mag ook gewoon leuk werk zijn…)

😉